Verken Sicilië met een oldtimer

Zaterdagmiddag landen we op de luchthaven van Catania, we gaan een rondreis maken met een oude Alfa Giulia over het oostelijke deel van Sicilië. Bij het koffiebarretje ontmoeten we Ben die ons naar Linguaglossa, ons vertrekpunt van de route zal brengen. Als een halve Italiaan manoeuvreert hij de Alfa Romeo tussen het verkeer op de luchthaven veelvuldig gebruik makend van handgebaren en de claxon. We zijn in Italië, zo veel is duidelijk.

oldtimers sicilië
De drie oldtimers waarmee toertochten georganiseerd worden

Na een klein uurtje arriveren we bij hotel Shalai in Linguaglossa. Hier blijven we twee nachten. Die twee dagen blijken heerlijk om tot rust te komen voordat we aan de echte reis beginnen. Het roadbook is doorgelezen, wij lekker bijgekomen in de Spa van het hotel en tijdens een rit over de Etna hebben we met de Giulia kennis gemaakt.

etna
De Etna

De derde dag begint het avontuur echt. Met het roadbook, met daarin de routes aan de hand van bolletje pijltje routebeschrijvingen gaan we op pad richting Ragusa. Na een klein uurtje verruilen we de autostrada voor secundaire wegen. Hoe verder we naar het zuiden afzakken hoe meer de olijfbomen plaats maken voor citrusbomen. De geur van de bloesem van de sinaasappelbomen is waanzinnig. Parallel aan een oud smalspoor vervolgen we onze weg naar Vizzini. Volgens de tips in het boek zouden hier een paar goede lunchmogelijkheden moeten zitten, we kiezen uiteindelijk voor La Giara. Voldaan beginnen we aan de laatste etappe naar Ragusa. We passeren Giarratana en doorkruisen de Monte Iblei. Heerlijke kronkelweggetje, het is een feest om hier met de Alfa te rijden. Aangekomen in Ragusa eerst maar even een verlate siesta in het hotel, het dagje sturen was toch best vermoeiend. Na een frisse douche op pad voor diner. La Locandina,een kleine trattoria in het centrum van Ragusa Ibla wordt aangeraden. En terecht, we eten in een heerlijk koele wijnkelder tussen de kostbare flessen. Terrine van polpo, tartaar van scampi’s op limoengranita. Als dit zo blijft door gaan komen we per persoon tien kilo zwaarder terug…

olijfbomen
Onze weg passert de olijfbomen

Dinsdagochtend starten we de Giulia weer om via Modica en Ispica naar de Masseria degli Ulivi te rijden. Lunchen en even shoppen in Modica staat in ieder geval op het programma. Laboratorio Bonajuto schijnt nog als enige chocolade te maken volgens het oude, originele recept. In het winkeltje proeven we van alles. Chocolade met zeezout, met rode peper, met kaneel, en gewoon met melk, en dat lijkt in de verste verte niet op de melkchocolade die we kennen. De stevige goedlachse dame achter de balie biedt ons een soort pasteitje aan. Varkensvlees met chocolade, impannatiggia. Enthousiast vertelt ze dat de chocolade erg gezond is en, belangrijk, je wordt er niet dik van. Gezien haar postuur geloven we haar maar niet helemaal op haar woord. Uiteindelijk vertrekken we met twee tassen met lekkernijen de winkel uit. Verkopen kan ze wel.

Duomo Modica
Duomo van Modica

Dan begint de stress. Volgens het roadbook moeten we nu echt van de grote weg af, een soort veredeld veldpad in. We hebben zo onze twijfels. Voorzichtig rijden we het hobbelige weggetje op. Het wordt smaller en smaller, keren is geen optie meer. Tot onze opluchting kloppen de aanwijzingen in het roadbook met wat we zien, we lijken goed te gaan. Langzaam maar zeker volgen we de route, de gaten in de weg ontwijkend. Het is uiteindelijk wel een mooie weg, tussen de rotsen en de wilde natuur. Verderop komen we langs Noto Antica,de ruines van de stad die in 1663 door de grote aardbeving verwoest is. Toch maar even kijken.
Na een half uurtje oude stenen kijken rijden we verder. Via een heel smal bruggetje, een stoffig grindpad en een klooster met een prachtig uitzicht komen we weer op de grote weg en staan we vijf minuten later bij de Masseria op de parkeerplaats.

Noto Antica
Noto Antica

Blijkbaar komen we toch ook om uit te rusten. Ruim na het ontbijt worden we wakker… Tja dan maar weer de auto in. In het roadbook staat een route richting de kust, dorpjes als Marzamemi en het Vendicarì natuurreservaat. We komen langs Noto, dus daar dan maar ons Italiaans ontbijt. Kunnen we meteen de barokke monumenten van de stad zien. De geplande cappuccino en croissant worden echter verruilt voor een lokale variant. Amandelgranita, een espressootje dat je beetje bij beetje door je granita schept terwijl je er een brioce bij eet. Wat een vondst.

Granita panno soto
Granita panno soto

Vanuit Noto nemen we de SP 19 richting Portopalo. Het natuurreservaat laten we maar voor wat het is, we rijden door naar Calamosce, een klein strand. We parkeren de auto bij een restaurantje en beginnen aan de tocht te voet naar het strand. Zand en zee, meer is er niet maar dat hoeft ook niet, we hebben water en vooral zonnecrème bij! Bakkend in de zon rijpen de lunchplannen. Kreeft bij Popeye in Portapalo, of wat chiquer bij Cortile Arabo is Marzamemi. Het wordt de laatste. Mariangela herkent het roadbook en stelt voor dat zij een aantal gerechtjes voor ons zal maken zonder dat we de kaart zien. Alleen de wijn mogen we kiezen, als we persé willen. We laten het allemaal aan haar over. De schaaltjes met hapjes blijven maar komen. Van gemarineerde scampi’s, inktvisjes, gefrituurde kleine visjes, tot gegrilde groentes, te veel om op te noemen. Na de pasta moeten we Mariangela vragen te stoppen, het is echt te veel maar zo lekker. Na lang onderhandelen gaan we akkoord met een klein hoofdgerechtje dat we met zijn tweeën zullen delen. Twee kleine geroosterde visfiletjes op een lauwwarme caponata. Na de afsluitende espresso wandelen we via Campisi om botarga, gedroogd tonijnkuit en wat andere lokale lekkernijen te kopen
terug naar de Giulia. Nog even langs bij Via de Villa Telaro die helaas dicht is rijden we weer terug naar de Masseria, zwembad, leesboek en luieren.

Marzamemi
Marzamemi

Woensdagochtend en we zitten al om half negen aan het ontbijt, klaar voor de tweede poging bij de Villa Telaro. Om half tien staan we voor de deur en zowaar we mogen naar binnen. Volgens het roadbook zijn de mozaïeken hier zeker zo mooi en groot als die bij het zwaar overroepen Piazza Armerina. Op verschillende plekken wordt nog steeds gewerkt maar de delen die al zichtbaar zijn spreken tot de verbeelding. Het is ook wel leuk om van de aanwezige archeologen wat informatie te krijgen, in het Engels, de opgravingen worden via de Unesco, en niet de Italiaanse overheid gedaan. En zodoende is het grootse deel van de archeologen ook buitenlands.

mozaïeken
Mozaïeken

De namiddag besluiten we om sportief te besteden, afdalen naar de Cavagrande del Cassibile. Het afdalen valt mee en zeker het badderen beneden in de kleine poeltjes bij de rivier is fantastisch. Het idee om weer omhoog te moeten klimmen baart ons echter al de hele middag zorgen maar het moet toch gebeuren…uiteindelijk besluiten we als de zon begint te zakken aan de trip te beginnen. Twee uurtjes later met spierpijn in de kuiten sluiten we aan voor het diner bij de Masseria. Genoeg gedaan voor vandaag.

Cavagrande del Cassibile
Cavagrande del Cassibile

Na een laatste duik in het zwembad vertrekken we donderdagochtend richting Siracuse. Je merkt wel dat je weer in de moderne wereld terecht komt. Meer industrie, overal wordt aan de weg gewerkt maar uiteindelijk is Ortigia, het schiereiland en het oude hart van Siracuse weer een oase van rust. Malin bij hotel Gutkowski kan niet Italiaans zijn en bij enig navragen blijkt waarom ze blond is en knalblauwe ogen heeft. Zweeds. En de eigenaresse, ook die is niet van Sicilië, een oude Poolse gravin naar het schijnt. Anyway. De moderne kamers met uitzicht op zee laten duidelijk blijken dat hier een andere stijl gehanteerd wordt dan de rustiek Siciliaanse. We hebben besloten de Giulia vandaag de rest van de dag vrij te geven en te voet Ortigia te gaan verkennen. Het archeologisch park dat toch een beetje bekend staat als tourist trap laten we aan de busladingen dagjesmensen over. Wij gaan voor het het joodse badhuis, althans de resten daarvan onder hotel la Giudecca, natuurlijk Il Duomo en een aperitiefje op het domplein. Tot de winkels sluiten slenteren en shoppen we door de stad, Scenaparenti, een winkeltje met oude theater- en filmprops is fantastisch, om uiteindelijk af te sluiten met een diner bij Perbaco. Een echte aanrader. Buiten op het binnenplaatsje tussen de jet set van Siracuse de lekkerste visgerechten geproefd. Top.

Siracuse
Siracuse

Vrijdagochtend vroeg zitten we weer in de tevreden grommende Giulia, op weg naar Catania. Om twaalf uur bellen we aan bij Matilde van Antiche Volte. We parkeren de auto op de afgesloten parkeerplaats van het hotel en gaan maar eens op zoek naar lunch. Op de vismarkt vinden we Mm. Stond ook weer in het roadbook en als we tegen vier uur eindelijk buiten rollen weten we dat we er goed aan gedaan hebben de tip op te volgen. Een heerlijke volkse plek waar je fantastisch eet en vooral ook drinkt. Intussen zijn de winkels weer open en is de markt opgedoekt. Tot een uur of elf slenteren we heerlijk door de stad en belanden uiteindelijk in de buurt van Teatro Bellini op een terrasje waar we ons vergrijpen aan de cocktails. Een waardige afsluiting van een heerlijke trip lijkt ons.
Zaterdagochtend staat Ben weer voor het hotel om ons naar de luchthaven te brengen. Na een laatste cappuccino nemen we met pijn in ons hart afscheid van La Giulia,Ben en het heerlijke eiland.

Meer informatie over deze tocht? www.sicilieperklassieker.nl

La Giulia
La Giulia

tags: 
road trip, europa, italie