7 museumschepen met een geweldig verhaal

Vasa, het zinkende schip

De Vasa was een Zweeds oorlogsschip gebouwd in de 17de eeuw. Het schip zonk na 1300m gevaren te hebben op haar eerste tocht op 10 augustus 1628. De Vasa was topzwaar gebouwd en had onvoldoende ballast onder de waterlijn. Ondanks de duidelijke tekens van instabiliteit in de haven kreeg ze toch het bevel uit te varen, de koning kwam immers kijken naar de uitvaart van zijn grootste schip. Na enkele minuten kreeg het schip een zwakke zijdelingse windstoot in de zeilen.

Hierdoor begon de Vasa stilaan te kapseizen, waardoor water kon binnenstromen via de laagste kanonspoorten. Deze waren immers geopend om een saluut te kunnen geven aan de mensenmassa op de kaaien. Door het instromende water begon het schip steeds meer over te hellen, waardoor het enkele minuten later al op de bodem van de havengeul terechtkwam.

Vasa
Vasa

De Vasa werd snel vergeten nadat haar bronzen kanonnen later in de 17de eeuw werden bovengehaald. In de jaren 50 werd het wrak opnieuw gelokaliseerd en is er een grote bergingsoperatie opgezet om het volledige schip uit het water te halen en er een attractie voor toeristen van te maken. Het schip werd naar een special gebouwd droogdok gebracht en werd daar 17 jaar lang besproeid met propyleenglycol om het hout te beschermen. Na de behandeling werd het gevaarte verhuisd naar het Vasa museum in Stockholm. Dit werd één van de populairste bezienswaardigheden van Zweden. Sinds 1961 zijn al 29 miljoen mensen de Vasa komen bezichtigen.

Vasa
Vasa

U-505, de pechvogel onder de U-boten

U-505 was een Duitse Type IXC U-boot gebouwd voor de Kriegsmarine in wereldoorlog II. Na drie patrouilles (8 schepen getorpedeerd) in the Atlantische oceaan, kwam er een einde aan dit succes en werd de onderzeeër aangevallen door een RAF vliegtuig dat een bom dropte op het dek vlak boven de waterlijn. De explosie veroorzaakte ernstige schade, maar als geluk bij een ongeluk werd ook het vliegtuig geraakt door brokstukken en stortte het naast U-505 in de oceaan, waardoor de geallieerden de positie van de zwaar gehavende duikboot niet te weten kwamen.

De pompen werkten niet meer en water stroomde binnen in de machinekamer. De kapitein gaf het bevel om te evacueren, maar de bemanning wou toch een poging ondernemen om de boot te redden. Na twee weken lapwerk op volle zee is men er uiteindelijk in geslaagd om de romp terug waterdicht te maken en kon de U-505 op beperkte kracht terug naar de haven varen. Zo werd ze de “meest beschadigde duikboot van WOII die terug een haven bereikte”. Na 6 maanden van reparaties kon ze dan terug naar volle zee. De volgense 6 missies waren echter een flop dankzij voortdurende aanvallen van vijandelijke destroyers en sabotage door Franse dokwerkers, waardoor ze steeds na enkele dagen al moest terugkeren naar de haven.
Tijdens haar twaalfde missie werd U-505 aangevallen door een US Navy "Hunter-Killer" groep met dieptebommen waardoor ze boven water moest komen. De kapitein dacht dat zijn schip zwaar beschadigd was en gaf het bevel tot evacuatie nog voordat al het nodige was gedaan om de boot te laten zinken. Een groepje geallieerde matrozen kon echter de duikboot nog binnendringen, de aangebrachte explosieven ontmantelen en de pompen terug starten. Ook de codeboeken werden teruggevonden. De U-boot werd naar Bermuda gesleept waar deze grondig werd onderzocht door Amerikaanse ingenieurs.

U-505
U-505 wordt klaargemaakt om gesleept te worden

Na de oorlog zag de Navy geen verder nut voor de U-505. Ze werd geschonken aan het Chicago Museum of Science and Industry (MSI) en is er nu te bezichtigen als aandenken van alle zeemannen die het leven lieten in de slag om de Atlantische oceaan.

U-505
U-505 in Chicago

USS Missouri, het laatste slagschip

USS Missouri was het laatste slagschip dat bested werd door de US Navy. In de strijd om de Pacific tijdens WOII werd ze ingezet tijdens de slagen om Iwo Jima, Okinawa en werd ook gebruikt om het Japanse vasteland te bombarderen met haar 16 inch kanonnen. Tijdens deze acties werd de Missouri geraakt door een laagvliegende kamikaze, wat gelukkig enkel wat oppervlakkige schade aanrichtte. Nadat de tweede atoombom een einde maakte aan de oorlog werd de overgave getekend op het dek van de Missouri.

USS Missouri
USS Missouri

Nu de oorlog was gewonnen, had de Amerikaanse marine geen nood meer aan een grote vloot. Vele schepen werden uit dienst genomen en in de reservevloot geplaatst of als schroot verkocht. Drie andere Iowa-klasse slagschepen werden zo gedesactiveerd. President Trumann weigerde echter de Missouri uit dienst te halen.
In 1950, werd de Missouri opgeroepen uit de Atlantische vloot om de VN te ondersteunen bij de oorlog in Korea, waar ze kustbombardementen en escortmissies voor vliegdekschepen uitvoerde. Na Korea werd de Missouri dan toch uit dienst genomen en in 1955 in de Pacifische reservevloot geplaatst bij Bremerton. Daar werd de Missouri een toeristische trekpleister voor mensen die het "surrender deck" wouden zien, waar een bronzen plaat de plaats aangaf waar de Japanners zich overgaven aan de geallieerden.
In 1984, bijna 30 jaar later, werd de Missouri opnieuw geactiveerd en naar de Long Beach Naval Yard gesleept om gemoderniseerd te worden. Tijdens de volgende maanden werd het oude luchtafweergeschut verwijderd en werd het schip uitgerust met Harpoon anti-scheepsraketten, Tomahawk raketten, Phalanx Gatling guns als verdediging tegen raketaanvallen en een nieuw controlesysteem.

USS Missouri
USS Missouri vuurt haar 16 inch kanonnen

Deze nieuwe speeltjes kwamen van pas in 1991 wanneer Missouri werd opgeroepen om mee te strijden in de Golfoorlog, waar ze Tomahawks lanceerde en bombardementen uitvoerde. Dit trok de aandacht van de Irakezen, die op hun beurt twee HY-2 Silkworm raketten op het schip afvuurden. Eén van de raketten miste zijn doel, de andere werd neergehaald door een Britse destroyer.
Met het einde van de koude oorlog begin jaren 90, werd het veel te duur voor de VS om slagschepen in dienst te houden. Hierdoor werd Missouri in 1992 opnieuw naar Bremerton gestuurd. Nadat ze in 1995 definitief uit het Naval Vessel Register geschrapt werd, besloot de Navy om het symbool van het einde van WOII te koppelen aan het symbool van het begin van deze oorlog. Missouri werd van Bremerton naar Pearl Harbor gesleept en ligt nu recht tegenover het Arizona Memorial.

USS Nautilus, naar de noordpool op kernenergie

USS Nautilus was de duikboot die werkte op kernenergie. Nucleaire onderzeeërs hebben het grote voordeel dat ze geen lucht nodig hebben voor hun aandrijving, waardoor ze veel langer onder water kunnen blijven. Na indienstname in 1954 legde de Nautilus 2,100 kilometer af van New London naar Puerto Rico. In die tijd was dat de langste reis ooit onder water voor een onderzeeër.
Tijdens de volgende jaren werden vele tests uitgevoerd met de Nautilus om de effecten van langdurige periodes onder water te bestuderen. Hierin werd aangetoond dat alle know-how die werd opgebouwd tijdens WOII in anti-duikboottechnieken niets meer waard was. Radar en patrouillevliegtuigen konden niets meer uitrichten tegen duikboten die weken lang onder water konden blijven.

USS Nautilus
USS Nautilus

In 1958 werd de Nautilus het eerste vaartuig ooit dat de geografische noordpool bereikte, varend onder het pakijs. Deze missie was niet zonder risico, navigatie was zeer moeilijk door de magnetische afwijking rond de pool. De kapitein had zelfs nagedacht over het gebruik van torpedo’s om een gat in het ijs te maken, moest er toch naar de oppervlakte gevaren worden.
Na deze historische trip nam Nautilus nog deel aan vele marine-oefeningen tot ze uit dienst werd genomen in 1980. Ze is nu te bezichtigen in het museum of submarine history in Groton, Connecticut.

USS Nautilus
USS Nautilus als museumschip

USS Lexington, het oudste vliegdekschip

De USS Lexington is een Essex-class vliegdekschip dat veel actie zag tijdens WOII in de Pacific. Ze leidde de Fast Carrier Task Force doorheen de oorlog, waarbij haar vliegtuigen vele schepen tot zinken brachten. De Japanners noemden haar het spookschip, omdat ze steeds weer opnieuw opdook nadat ze als gezonken was gerapporteerd. Dit, samen met haar blauwe camouflagepatroon leidde tot de bijnaam "The Blue Ghost". Voor haar acties in de Pacific kreeg Lexington 11 battle stars. Na de oorlog deed ze dienst als trainingsschip voor beginnende piloten.

USS Lexington
USS Lexington

Lexington werd uit dienst genomen in 1991, met een langere staat van dienst dan eender welke carrier. Ze werd door de marine gedoneerd als museumschip aan de staat Texas en is tot op vandaag het oudste vliegdekschip ter wereld.

USS Lexington
USS Lexington als museumschip

Cutty Sark, de laatste theeclipper

De Cutty Sark is een Britse klipper. Gebouwd in 1869, was ze één van de laatste theeklippers, en ook één van de snelste. In die tijd was de theehandel een echte race om de eerste oogst van het seizoen zo snel mogelijk van China naar London te brengen. Er werd een grote bonus uitgereikt voor het schip dat binnenkwam met de eerste theelading.
Cutty Sark's bekendste race was deze tegen de Thermopylae in 1872, waarbij beide schepen Shanghai samen verlieten op 18 juni. Twee weken later had Cutty Sark al een voorsprong opgebouwd van 400 zeemijl, tot ze haar roer verloor in een hevige storm. De timmerlieden fabriceerden toen een nieuw roer van reservehout aan boord, maar verloren zo zes dagen tijd. Uiteindelijk kwam het schip een week later dan Thermopylae aan, met een totale reistijd van 122.

cutty sark
Cutty Sark

Vijf jaar later, in 1877, werden vooral stoomschepen ingezet voor theetransport. Cutty Sark moest noodgedwongen op zoek naar een nieuwe bron van inkomsten, dit werd de wolhandel met Australië. In deze gloriedagen zeilde Cutty Sark van New South Wales naar London in 83 dagen, 25 dagen sneller dan haar snelste rivaal. Cutty Sark was het snelste schip in de wolhandel gedurende 10 jaar, tot aan het begin van de 20ste eeuw ook hier werd overgegaan op stoomschepen.

Cutty Sark is dan verkocht aan een Portugese handelaar in 1895 en werd omgedoopt tot Ferreira. Ze vervoerde verschillende soorten cargo, en in 1922 was ze de laatste operationele klipper ter wereld. Ze werd dan opnieuw verkocht en werd opnieuw Cutty Sark genoemd om te dienen als opleidingsschip voor de Britse kadetten tot 1954. Sindsdien staat ze opgesteld in een speciaal gebouwd droogdok in Greenwich als museumschip. In de galerij onder het schip kan je de grootste boegbeeldenverzameling ter wereld gaan bewonderen.

cutty sark
Cutty Sark als museumschip

RMS Queen Mary

RMS Queen Mary is gepensioneerde oceaanlijner die voer tussen Southampton en New York City van 1936 tot 1967. In augustus 1936, veroverde de Queen Mary de Blue Riband op haar rivaal, de Franse Normandie, een erkenning als snelste oceaanlijner van de Atlantische oceaan. De Normandie werd in 1937 uitgerust met een nieuwe set scheepsschroeven en heroverde haar status. In 1938 veroverde Queen Mary definitief de Blue Riband een record dat standhield tot 1952.
De faciliteiten aan boord waren niet van de minste: twee indoor zwembaden, bibliotheken en kinderopvang voor de drie klassen, een leeshal en outdoor tennisvelden. De grootste ruimte aan boord was de dinerruimte van de eerste klasse. Deze enorme hal van drie verdiepen hoog bevatte onder andere een grote kaart van de oceaan, met een gemotoriseerd model dat de huidige positie van de Queen Mary aangaf. Kajuiten waren beschikbaar van grote, luxueuze eerste klasse kamers, tot piepkleine derde klasse cabines zonder ramen. .

queen mary map
De kaart in de grote hal

Met het uitbreken van WOII werd de Queen Mary omgebouwd tot troepentransport. De volledige romp en bovenbouw werd grijs geschilderd en een antistatische spoel werd aangebracht als bescherming tegen mijnen. Binnen werd het hele interieur verwijderd en vervangen door drielaags stapelbedden. Queen Mary en haar zusterschip Queen Elizabeth waren de grootste en snelste troepenschepen van de oorlog. Ze transporteerden tot 16,000 man per trip en voeren dikwijls zonder escorte. Hun hoge snelheid maakte het moeilijk voor U-boten om ze aan te vallen.

Na de oorlog werd de Queen Mary opnieuw uitgerust voor personenvervoer en hernam haar trans-Atlantische dienst, die zeer winstgevend was. Met de komst van het straalvliegtuig begon echter een nieuw tijdperk. Tegen 1965 verliet Queen Mary de haven met meer personeel aan boord dan passagiers, wat grote verliezen met zich meebracht. Ze werd in 1967 na haar 1000ste overtocht uit dienst genomen en verkocht Long Beach, California.

Queen Mary ligt nu permanent aangemeerd. De hele machinekamer werd uitgebroken en het schip doet nu dienst als attractie, met aan boord een hotel, enkele restaurants en een museum.

queen mary
Queen in Long Beach

tags: 
bestemming, wereld